18-06-2018

​Verkoop woning ouders - kind tegen WOZ -waarde. Gift, ja of nee?

​Verkoop woning ouders - kind tegen WOZ -waarde. Gift, ja of nee?

Verkoop woning ouders - kind tegen WOZ -waarde. Gift, ja of nee?

Op 30 mei 2018 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan naar aanleiding van de vraag of verkoop van een woning tegen de WOZ waarde aangemerkt moest worden als bevooroordeling van de kleinzoon waardoor sprake zou zijn van een gift. Indien sprake is van een gift, dient de gift meegenomen te worden bij de berekening van de legitieme portie.

Casus

In 2010 hebben de ouders de woning verkocht aan hun kleinzoon, onder voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning van de woning. De koopsom (€425.000) is gebaseerd op de WOZ waarde van 2010. Daarnaast is het recht van gebruik en bewoning gewaardeerd tegen de rekentabellen van het uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (zijnde een bedrag van € 102.000). Zodat resteert een koopsom van
€ 323.000.

De ouders sluiten met het kleinkind twee geldleningen ter voldoening van de koopsom, waarbij uiteindelijk tweemaal € 111.500,- werd kwijtgescholden. Uiteindelijk diende de kleinzoon dus € 100.000,- te voldoen en een levenslang woonrecht af te geven.

Na overlijden van de ouders hebben vijf (van de zes) kinderen hun legitieme portie in beide nalatenschappen opgeëist. Zij nemen de stelling in dat de woning voor een te lage prijs is verkocht waardoor sprake is van een gift welke meegenomen moet worden in de legitieme. In 2015 (5 jaar later) blijkt uit taxatie dat de vrije verkoopwaarde in 2010 hoger had moeten zijn dan de WOZ waarde.

Tot een gift wordt iedere handeling aangemerkt die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een gift door een te lage koopsom, er is namelijk geen sprake van de bevoordelingsbedoeling. Dat de ouders de woning zo voordelig mogelijk willen overdragen aan het kleinkind en dat zij slechts € 100.000,00 hoeven te ontvangen naast een levenslang woonrecht op de boerderij is onvoldoende om aan te tonen dat zij het kleinkind nog meer wilde bevoordelen dan de genoemde kwijtschelding, ook sloten ze aan bij het bepalen van de verkoopprijs bij de op dat moment geldende WOZ-waarden, een objectieve maatstaf voor het beoordelen van de waarde (HR 15 juni 1994, NJ 1995/577 en HR 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7272). De andere kinderen konden niet aantonen dat de ouders bewust waren of hadden moeten zijn in 2010 dat de WOZ waarde geen juiste waarde was. Dat er eventueel bij vrije verkoop een hogere prijs had kunnen worden betaald, wil nog niet zeggen dat de ouders hiervan bewust waren of dat zij beoogd hadden om de kleinzoon te bevoordelen. De kleinzoon gaf hierbij tevens aan dat hij tot het overlijden van de ouders het recht op gebruik en bewoning miste, hetgeen een relevante waarde verminderde factor is.

Er bestond geen discussie of het gedeelte dat werd kwijtgescholden door de ouders als gift moest worden aangemerkt en daardoor bij de berekening van de legitieme porties moest worden betrokken.

Zie voor de gehele uitspraak Rechtbank Noord-Nederland 30-05-2018

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem vrijblijvend contact met ons op door te bellen naar 0413 34 18 57 of stuur een e-mail aan secretariaat@dkj-estete-planning.nl